Introduction - introductie

This blog is not a trail guide. It is about the beauty and the diversity of Curaçao.
There are dry months and wet months, days with wind or storm or no breeze at all.
Due to the weather conditions, you may find he trails to be very different from what our pictures show.

Most recent hikes are described in Dutch / Nederlands (kijk voor de laatste wandelingen in het blogarchief). De paden veranderen snel, ze groeien dicht of worden gesloten. Er komen ook nieuwe routes bij.

The other entrees are in English. Our main object is to show the beauty of the island. We cannot always give exact directions of trail heads or ends.
Many trails change, closed by owners, or overgrown. . the maintenance depends on
enthusiastic volunteers. Our group tries out new trails too.

Important: never go hike alone! When visiting popular places like the Salt pans of Jan Kok or Ascencion Bay don't get out of your car unless other people are there. Leave money, cards and other valuables at the Hotel.
If you have no one to come with you, take a hiking tour with a guide. Please read the page with
tips and info
!
Do not touch the
Manzanilla tree or its leaves and apples. They are poisonous.
On all photos copyright of the owners.

Enjoy Hiking Curaçao!
______________________________________________________________________________________________________
Posts tonen met het label Paramira. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Paramira. Alle posts tonen

dinsdag 30 april 2019

Wandelverslag Seru Paramira, Mangaanmijn en nederzetting 28-04-2019


De baai van Lagun. Het was er een drukte van jewelste. Veel zwemmers en vooral niet te vergeten de wandelaars, die zich voorbereiden op een zware en lange tocht.
We konden bijna niet meer onze autos kwijt. Gelukkig was er nog plaats bij het restauarant "Diving Lagun" In de buurt zette ik mijn auto neer. En al gauw kwamen de wandelaars uit alle hoeken en gaten. We wachten tot 15.45 uur en gingen aan de wandel. We volgden de hoofdweg tot aan de vangrail en begonnen te tellen. Bij het 42ste staandertje staken we de vangrail over en volgden de rooi. 

Deze rooi heeft een moeilijksheidsgraad van drie, hetgeen betekent dat je af en toe flink moet klauteren en de takken moet gebruiken om je voorbij het dode punt te trekken. De rooi was goed te volgen door de linten die het pad markeerden. 

We kwamen op het plateau aan en bij de dikke pijl moesten we een rulle afdaling af. Glijdend over het rulle pad gleden we van boom tot boom. Anders moet je het maar zittend doen, hoorde ik iemand zeggen. Een juiste benadering van de glijpartij, want niemand wilde beschadigd de Mangaanfabriek bezichtigen. 



We kwamen uit bij de dam waar de Palu di Sias onze aandacht opeisten. De Palu di Sia op de dam met haar fabuleus wortelstelsel stond er treurig bij. Het had de laatste ijd niet geregend en deze boom met al haar praal en pracht stond op apengapen. 

De overige Pal di Sias stonden in knop en er was eentje waar een witte orchidee in haar broek verscholen zat. Door de smelterij kwamen we binnen en als je de dam overstak kwam je in de pletterij met een regenbak aan het einde. Rondom stonden allemaal Bringa Mosas. Deze moet je vooral niet aanraken, want dan kun je een vreselijk jeuk verwachten die overgaat in een pijn die zijn weerga niet kent. Het enige dat je dan rest is, op zoek tegaan naar de Flaira, waarvan het vocht zich als antidoot gedraagt en de pijn wegneemt. Uitwendig gebruik wel te verstaan. We gleden bij de boom naar beneden van de dam af en kwamen op een pad dat ons langs velden met Tekus voerde. Af eh toe zagen we Aloe en dachten dat de mensen van de nederzetting hun best met de aanleg daarvan bemoeid hadden. 



De woningen en gebouwen zijn in Neo Byzantijnse stijl opgetrokken. Bij het grootste gebouw, een opslagplaats voor machinerieen en Mangaan, was een gedeelte nog met engelse dakpannen bedekt. Vroeger werd dit gebouw nog aangemerkt als Landhuis Jeremi. 

De engelse nederzetting heeft nog geen 9 jaar geduurd tot men er achter kwam dat de Mangaan winning niet zo lucratief was. Vooral het water speelde een grote rol. Niet voor niets heeft een van de huizen een kanjer van een redenbak. Interressant is dat deze huizen en opslagplaatsen uit natuursteen en bogen van de ramen en ingangen opgetrokken zijn  met engelse Cattybrook bricks, Bristol. Deze werden waarschijnlijk aangevoerd door de lege schepen die fosfaat brachten naar de U.K. als ballast.
Na enig knipwerk aanvaardden we de terugtocht en kwamen veilig en wel weer bij onze autos. 2 uur en 25 minuten hadden we er over gedaan. 
De Paramira hebben we maar overgeslagen, er stond teveel wind, anders moet je toch rekening houden met een duur van 3 uur. Misschien een volgende keer.

Ik hoop dat U een prettige wandeling heeft gehad.
Met een vrolijke wandelgroet, G.K.

zondag 21 oktober 2018

Wandelverslag van de Paramira en Newtown wandeling. 06-11-2016.

Beste Wandelaars,

Bon Siman.
U heeft vast wel eens van de Blauwgakkokhals, die gakken er lustig op los,, het Pimpelpaarsmeesje, want die kunnen zo vrolijk fluiten, en de Bruinsnuitkever gehoord. In de volksmond worden ze ook wel het Kokhalsje, Pimpeltje en Snuitje genoemd. Deze komen jammer genoeg op Curacao niet voor. Daarentegen zijn er wel de vele snoeshanen en belhamels, maar wat wil je ook in zo,n land, waar regelmatig het licht uitvalt, zodat je het verschil niet ziet. Zelfs bij de volle maan, zie je niet of je met een snoes of een hamel te maken hebt, laat staan, dat je de heibel hebt horen luiden. 
Gelukkig is het bijna kerst en dan worden de lichtjes weer ontstoken. Reeds nu wordt ons voor ogen gehouden hoe de klepel in de steel zit en omgekeerd, want met vereende krachten weten we wie er over een paar dagen in de vereenigde staten een vrouw of een man is als president de lakens uitdeelt. Het zal wel een vrouw zijn, want die zijn goed met lakens. Hier op Curacao staat het P S voor, geef mij er maar twee. Of zou het amper nog lukken om met de doedelzakspelers het bestaan met een Man-signatuur te bepalen.

Vooruit de berg op moet een ieder gedacht hebben. Na het 44ste staandertje vonden we het pad door de rooi naar de berg Paramira. Mooi groen is niet lelijk.
En groen was het, alsof er geen droge tijd, geen El Nino, was geweest. De Byrsonima Crassifolio stond ons uitbundig met zijn groene tooi te begroeten en vooral gele bloemen, want hij bloeit in deze tijd. De stenen pijl lieten we even voor wat het was, want hier kwamen toch terug. We begonnen aan de klim naar de top van de Paramira. De quaresma liet ons met rust. We waren blij, dat het nagenoeg windstil was. Met een gerust hart de flagstone rotsformatie overstekend, klommen we gestadig verder. Op de top aangekomen was het uitzicht overweldigend. Tussen de groene heuvels in de verte zag je een paar gebouwtjes en op de wegen reden speelgoedautotjes. Amazing. Op naar de tweede top met het kadasterblok, nog hoger dus en een nog mooier uitzicht. Doordat er verschillende bomen in bloei stonden was het een feestelijke tocht. De IJzerboom,palu di Heru, bloeide, zoook de Watakeli en de Bringa Mosa, vechtend meisje.

 Terug bij de pijl begonnen we aan een rulle afdaling, de speciale techniek van dwarsop kwam ons goed van pas en dan was je nog blij dat er bomen stonden die een houvast gaven. We kwamen uit bij een dam waarop de fabrieken van John Godden, de mangaanertsmijner, stonden. Nou ja, de overblijfselen althans. Van de verhittingsschoorsteen was niet veel meer over. De Palu di Sias Cora op afstand gaven fleur aan het geheel. Met hun wortelstelsels boven de grond, een opzienbarend verschijnsel, probeerden ze de laatste druppel vocht te bemachtigen. Het leek wel of deze bomen geen water nodig hadden, want hun wortels kronkelden over een dam die toch een behoorlijke hoogte had. Maar zoals een oud spreekwoord zegt, "het kronkelen der wortelen haalt de laatste druppel naar boven".
Even verder op vonden we de gebouwen opgetrokken in Neo Byzantijnse stijl. De bogen waren er , maar de deuren en kozijnen waren verdwenen.
Ook hier had de tand des tijds toegeslagen. De Bridgewater dakpannen, engels gekarteld, lagen verspreid en de muren met Cattybrook Bricks uit Bristol bogen stonden amper nog overeind. Een grote waterbak hield onze blik gevangen. Zouden de settlers hier hun wekelijkse gemeenschappelijk bad genomen hebben? Hebben ze hier elkaars rug geschrobt? Of moest men juist met het water zuinig omspringen. Dat laatste zal wel het geval zijn geweest, want het gebied kent geen natuurlijke bronnen. En van schrobben krijg je het extra heet.
Je zou er dorst van krijgen. We spoedden ons in de richting van de baai van Lagun, waar onze autos geparkeerd stonden. Onderweg  is er vast wel een of andere koude rakker te krijgen. Het hotel/ restaurant boven met het uitzicht op de baai deed het bier en ander vocht sissnd naar binnen glijden. De zon was al onder en begon al aardig te donkeren, zodat we niet veel van het baaigebeuren zagen.

Voor de volgende week is er geen wandeling gepland door de drukte van familiebezoek. Maar mocht er onverhoopt toch een wandeling zijn dan wordt U op de hoogte gesteld.

Met een vrolijke wandelgroet,
Groetend, G.K.