Beste Wandelaars,
In Friesland ligt een dorpje,
dat een naam heeft, waarin alle benevelingen in een woord worden
samengevat. Het is aanbevelingswaardig om dit dorpje, dat Sexbierum
heet, in Uw reisprogam op te nemen, mocht U eens het land van kaatsen,
friese hengsten en de Oldenhove aandoen. Het dorpje waar Froukje
Scheurendgoed woont. Het dorpje ligt niet ver van Pietersburen, waar
zieke en verlaten zeehonden, de zogenaamde huilers, worden opgevangen.
Ik durf U best met droge ogen te vertellen, dat Froukje
heel wat opzien baarde in haar dorp, als ze ter kerke ging. Zondags
flaneerde zij met het gezangenboek stevig onder haar arm geklemd,
zwierig met haar rok zwaaiend, naar het midden van het dorp richting
gebedshuis. Achter langs geparkeerd staande auto's liep zij heupwiegend
om het zebrapad effect te benadrukken -van zo zien ze me en zo zien ze
me niet. De nieuwsgierige begijntjes hadden dan ook heel wat moeite om
haar te volgen, ook al omdat ze af en toe niet goed durfden te kijken
vanwege hun preutsheid. Moeders werden gewaarschuwd om goed op hun zonen
te letten. In de kerk zong zij het hoogste lied. Vooral als haar
favoriete gezang van het " Hijgend hert der jacht ontkomen "aangeheven
werd, dan was haar stem boven alles uit horen. Een ware scheurendgoede
publiekstrekster.
De kerk was in die tijd daardoor altijd tot de nok
toe gevuld, waardoor de dominee wel eens mopperde, dat de akkoestiek er
teveel onder leed en de mede kerkgangers in hun gezang niet goed tot hun
recht kwamen. Het geeft verdeeldheid placht hij te zeggen en wees zijn
schaapjes er op dat de naamgever niet voor niets de geneugtes van het
leven in de naam van het dorp verwerkt hadden om allen tesamen te
houden. Helaas.
Misje, Mishe, Miesje ik heb je zo gemist. We waren 17
minuten onderweg of mijn telefoontje ging. Te laat opgenomen of het
bereik tussen de heuvels was er debet aan dat mijn hallo niet gehoord
werd. Ik kon het nummer ook niet terug bellen, want mijn tegoed moest
aangevuld worden. Een misser dus.
Het zacht glooiende landschap is een lust voor het oog.
Met zijn negenen zogen we de rust en lust op tot de bodem van onze ziel.
Na het muurtje gingen we de rooi in voor een wonderschone limbo. Op
handen en voeten, sommigen zelfs kruipend, moesten we onder de
stekelige Wabi door. De beloning was niet mis. De boca Djegu, een
plaatje met een mysterieus tintje, rolde zijn schuimende golven
onverwoestbaar naar binnen. Schelpen, drijfhout, rondgeslepen stenen
werden er gezocht en gevonden.
Na twintig minuten het zand en de rotsen
bestudeerd te hebben, splitsten we op. De kortlopers werden op het spoor
gezet om langs de zendmast terug te lopen. De langlopers zetten
welgemoed hun tocht voort richting Watamula. Edoch na de tweede boca is
door wij, onwetenden, een pad genomen , dat ons naar de heuvels voerde.
We kwamen ogen tekort om al die prachtige vergezichten in ons op te
nemen. Een voltreffer of een misser daar zijn we nog niet over uit. In
ieder geval kwamen we niet bij Watamula uit.
Op het hoogste punt van de
heuvel splitste onze groep zich wedermaal op. Een duo direct naar de
auto's gaanden en een fietspad volgend groepje, dat uiteindelijk bij
Jaanchi uitkwam. Hier werd motorische hulp ingeroepen om ons vervolgens
te splitsen in een Misje duo en een Kura Hulanda duo. Intussen hebben
hevig kontakt met elkaar gehad via Chippie en Digicel.





Zodoende denk ik, dat ik toch maar een voettocht naar Sexbierum in zal lassen, mochten we daar in de buurt komen.
Voor de volgende week moet ik me eens ernstig beraden, wat voor verrassingen ik U nu kan voorschotelen.
U hoort nader.
Met een vrolijke groet,
Groetend, G.K. (verslag en foto's)