Introduction - introductie

This blog is not a trail guide. It is about the beauty and the diversity of Curaçao.
There are dry months and wet months, days with wind or storm or no breeze at all.
Due to the weather conditions, you may find he trails to be very different from what our pictures show.

Most recent hikes are described in Dutch / Nederlands (kijk voor de laatste wandelingen in het blogarchief). De paden veranderen snel, ze groeien dicht of worden gesloten. Er komen ook nieuwe routes bij.

The other entrees are in English. Our main object is to show the beauty of the island. We cannot always give exact directions of trail heads or ends.
Many trails change, closed by owners, or overgrown. . the maintenance depends on
enthusiastic volunteers. Our group tries out new trails too.

Important: never go hike alone! When visiting popular places like the Salt pans of Jan Kok or Ascencion Bay don't get out of your car unless other people are there. Leave money, cards and other valuables at the Hotel.
If you have no one to come with you, take a hiking tour with a guide. Please read the page with
tips and info
!
Do not touch the
Manzanilla tree or its leaves and apples. They are poisonous.
On all photos copyright of the owners.

Enjoy Hiking Curaçao!
______________________________________________________________________________________________________
Posts tonen met het label Zapateer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zapateer. Alle posts tonen

maandag 16 januari 2017

Zapateer. 15 januari 2017

Op Bakufal/Zapateer tieren de planten welig. Er is veel water gevallen op de vruchtbare grond.. De anders onafzienbare vlaktes zijn omgetoverd in velden van wuivend riet, dat als je er doorheen gaat, hoog boven je uittorent en je omsluit. In de volksmond wordt het Olifantsgras genoemd. Helaas komen olifanten niet op Dushi Korsow voor. 



De ene plant is nog groter dan de andere. Wie niet de neiging kan onderdrukken om toch door dit doolhof van Fantasia heen te banjeren en er best een paar modderschoenen voor over heeft, kan erop dat de kleur van het leven geen levenssleur is. We hebben gedacht om krijgertje te spelen in dit hoge gras, maar besloten al gauw om dit niet te doen, want voor je het weet, moet je krijgertje met jezelf spelen en dan zijn de rapen gaar.  

De Karpatas, de Castorolieplant, Ricinus Communis, zijn bomen geworden en kunnen een hoogte bereiken van 12 meter. Ze laten je met hun grote, 15 tot 45 cm, bladeren in stille bewondering achter. 



Al slalommend door het groene woud vervolg je je weg. De Castorolie bereid uit de bonen ( zaden ) werd hoofdzakelijk in tweetactmotoren gebruikt, ook wel in vliegtuigen en race wagens gedurende de tweede wereldoorlog. 



De ricineboon lijkt op een bruinkleurige teek, karpat, bevat een giftige stof en bij het innemen van 3 bonen kunnen muizen doodgaan. 4 een konijn. 5 een schaap. 6 een paard. 7 een varken. 11 een hond. Het schijnt dat eenden er beste tegen kunnen, bij 80 legde de eend het loodje. Een mens heeft 4-8 gekauwde bonen nodig om de pijp uit te gaan. Geen lekkere dood als je er tussenuit wil knijpen. Het duurt ongeveer 3- 5 dagen. Het giftige bestanddeel heet ricin. Ook kan het een allergie veroorzaken, sommigen die erg gevoelig zijn, kunnen bij aanraking van de bladeren zelfs een reactie krijgen. Castor olie is ongevaarlijk, de ricine is er uitgehaald.



Ik zag de Karpatas even voor een Bereklauw aan. Gelukkig zijn hier geen beren net zo min als de olifanten, die het in de klauwen hebben of ze moeten verscholen zitten in dat olifantengras. De Reuzenberenklauw kan wel 4 meter hoog worden. Deze plant behoort tot de Schermbloemigen en de sappen zijn zeer giftig en kunnen tot verbrandingswonden aanleiding geven. Ze komen veel voor langs spoorlijnen, bosranden etc. Het sap van een Berenklauw is blaartrekkend. Voor dat je het weet, loop je op blaren.

Verzamelen bij de parkeerplaats van de tennisclub CSC aan de Chuchubiweg voor een natte tocht langs Curacaosch dreven, is wat ons te verwachten stond.



Gelukkig was het niet zo erg en de plassen niet te diep, zodat we redelijk droog op Bakufal aankwamen. BIj de oversteek van de Erosweg was het uitkijken geblazen. Een weggetje achterlangs bracht ons op het terrein van Lands landbouw bedrijf Soltuna. Een mooie regenboog verraste ons. Er was geen wolk genoeg voor een hele. Het betonnen bassin hield onze blik gevangen ,maar niemand had een duidelijke verklaring.We liepen het pad achterlangs dat naar de Karpatas voerde. Een beetje modder is niet erg. De Karpatas stonden hoog, als je even niet oplette zou je zomaar ineens verdwalen tussen het groen. De weg terug langs het olifantengrasveld was hier en daar wild. De hilo diable ( duivelsnaaigaren ) klom langs het struikgewas. De Palu di Lechi stond in bloei evenals de Basora cora shimaron. Bloemen waren er genoeg. de Carawara stond in bloei en ook de Welensalie bloeide. De bruidstranen waren in grote getale aanwezig.



De Kalabasboom hield zijn enorme vruchten verscholen. Op de terugweg door het Kabouterbos begon het heel voorzichtig te spetteren, maar gelukkig zette het niet door. Op de parkeerplaats werden de modderschoenen in de daar aanwezige plassen schoongemaakt.

G.K.


zondag 14 februari 2016

De Rotstekeningen van Curacao - Wandelverslag Bakufal, Zapatier en SanFuego.

De Rotstekeningen van Curacao.
Curacao kent vele grotten. Buiten de meest bekende, zoals De Grot van Hato en de grotten van Rooi Rincon zijn er voor de normale burger vele onbekende. Sommige zijn bewoond geweest door de Indianen Caraiben in vroegere tijden. In deze grotten komen veel indianentekeningen voor. Van horen en zeggen zouden er 37 vindplaatsen zijn. De grotten dienden hoofdzakelijk voor ceremoniele gelegenheden en niet zozeer als bewoning.


De heer A.D. Ringma heeft hier in 1949 tot 1951 en later P. Wagenaar Hummelinck onderzoek naar gedaan en hebben er uitgebreid  in hun boeken verslag van gedaan.
Om een paar grotten te noemen  , die wij als wandelgroep aandoen, zijn de Grot van Jan Tabak ( Kraal Tabak ) tijdens een Groot Sint Joris wandeling, de Grot ven Ronde Klip in het kalkterras, de Grot van Shingott op de vlakte van Hato, Cueba Pachi en Mirador tijdens onze voettocht te Daniel en de Tunnel of the Doom in onze Santa Catharina wandeling,
Andere grotten  of brandingsnissen zijn de Tafelberg, Santa Martha, Sint Jan, de Seroe di Cueba op Savonet, en  Cueba Bajan op Patrik.
Ruim 200 m ten oosten van de grot van Hato bevinden zich twee naast elkaar gelegen diepe abris. De oostelijke vertoont roodachtige vlekken, die we mogen beschouwen als resten van tekeningen. Slechts een figuur is hier behouden gebleven. De westelijke abri verrast ons met enkele in druipsteen gehakte figuren, waarvan er een doet denken aan een menselijk gelaat met hoofdtooi. Beide nissen lijken aan het terrein van de Grot van Hato toegevoegd te zijn, gezien het beschermende hekwerk rondom de Grot van Hato inclusief de twee brandingsnissen met de petroglyphen.
Dit zijn tot op heden de enige petroglyphen die mij van Curacao bekend zijn, en de enige op een mens gelijkende sculpturen, waarvan wij mogen aannemen , dat zij door de prehistorische bewoners van Curacao gemaakt zijn, zo schrijft P. Wagenaar Hummelinck.in zijn boek.

De twee petroglyphen, welke de Inventaris van de Werkgroep Rotstekeningen Curacao vermeldt in 1989 zijn in druipsteen gegrifte 'gezichten' waarvan ik  de indruk heb, dat zij- evenals de beschreven sculptuur uit de grot van Koraal Tabak- niet door prehistorische bewoners van Curacao werden aangebracht, aldus Wagenaar Hummelinck.

Deze, door Ringma in juli1949 ontdekte vindplaats werd op 11 augustus met fotos gedocumenteerd. De reliefs gaven de indruk zeer oud te zijn en mogelijk niet door de makers van de rotstekeningen te zijn vervaardigd. Hoewel aan de bij deze plaats opgegraven skeletten geen ouderdomsbepalingen werden gedaan, lijkt het niet onwaarschijnlijk, dat deze petroglyphen omstreeks vierduizend jaar geleden werden aangebracht.
Bij een volgend bezoek, op 7 aug. 1955, werden de reliefs met schoenwitsel beter zichtbaar gemaakt, waarbij de menselijke trekken minder overtuigend werden; Neus en mond bleken grotendeels op fantasie te berusten en de ogen waren gaten die een niet geheel kunstmatige indruk  gaven. De driehoekige omtrek van het 'gezicht' is diep ingegrift. Dergelijke omtrekken vindt men ook links-boven en rechts van het 'gelaat', en, zeer onduidelijk, nog enkele keren op andere plaatsen.
 Dertig jaar later in 1992 was er van het  aangebrachte wit nauwelijks meer iets te zien. Heden zal het geheel vervaagd zijn.


Wandelverslag Bakufal, Zapater en San Fuego. Interne Link: Zapateer

Er zijn maar heel weinig wandelingen zoals deze. Eerst door een rooi , dan langs tuinbouw en landbouwgronden en vervolgens over paden, die in het blauwe hinein dreigen te verdwijnen en het bezoek aan een kas.


Goedgemutst of gepet stond een ieder te popelen om de eerste schreden te zetten door een pas schoongemaakte rooi vanwege de Zika-verspreiders die het vooral op zwangere vrouwen gemunt hebben. De zika is nog erger dan de Chikungunya, want je kan er dood aan gaan. Heeft U al een emmertje, een muggenval, bij de Pest Control gehaald? Dit bestrijdingsmiddel houdt 400 vierkante meter vrij van de muggen en het verdelgt de tigermug.


De rooi omzoomde het voetbalveld en na ongeveer 100m verlieten we deze door een wal op te klimmen om het gebied van Bakufal, het vroegere Soltuna, te verkennen.
De garage waar  aleer de landbouwwerktuigen opgeslagen werden, was nu in een onderkomen veranderd. Het hondje blafte niet, het was zeker moe van het kuieren. De stoet trok langs. Een dorre boel op het land, de eens zo fiere Soltuna had het loodje gelegd. De maisstaken lagen uitgedroogd op het veld. Humus voor de volgende oogst, maar er geen oogst meer. De watertank  leeg door een lekkage.


We naderden het pad, dat eindeloos leek. We keken het af, naar wat in de verte op een zendmast- heuvel leek. Afijn we hoefden niet de hele weg af, want bij een afslag zagen we een dam voor ons liggen, die we over moesten. Aan de ene kant lag de mondi en aan de andere kant een grasveld. Een oud fundament trok onze aandacht. Een trouwe wandelaar kwam gelijk in aktie en inspecteerde de funderingsoverblijfselen op vakkundige wijze en kwam met de boodschap, dat het er al langer lag dan wij dachten. Nu dat dachten wij ook al. Het pad langs San Fuego was breed en lag vol met glasscherven, maar hoe verder we liepen hoe smaller het werd en het ging over in bijna mondi. Gelukkig was er een klein paadje waar we langs konden. Aan het einde van dit paadje werd het nog even spannend, een kruipdoor sluipdoor bracht ons uiteindelijk in het open veld. We zagen de kassen liggen en daar moesten we heen. Langs de paden, die af en toe meer op kabritenpaadjes leken, kwamen we bij de groentekassen aan. We werden hartelijk ontvangen door de pluksters en plukkers.
Na een uitleg in het spaans en papiaments werden we een komkomber aangeboden, die je natuurlijk na zoveel hartelijkheid niet kon afslaan.
Een bijzondere ervaring rijker zetten we de tocht voort  om via dezelfde rooi als heen onze achtergelaten autos te begroeten. Al met al had deze tocht 1 uur en een half geduurd.

Met een vrolijke wandelgroet,
Groetend, G.K.