Introduction - introductie

This blog is not a trail guide. It is about the beauty and the diversity of Curaçao.
There are dry months and wet months, days with wind or storm or no breeze at all.
Due to the weather conditions, you may find he trails to be very different from what our pictures show.

Most recent hikes are described in Dutch / Nederlands (kijk voor de laatste wandelingen in het blogarchief). De paden veranderen snel, ze groeien dicht of worden gesloten. Er komen ook nieuwe routes bij.

The other entrees are in English. Our main object is to show the beauty of the island. We cannot always give exact directions of trail heads or ends.
Many trails change, closed by owners, or overgrown. . the maintenance depends on
enthusiastic volunteers. Our group tries out new trails too.

Important: never go hike alone! When visiting popular places like the Salt pans of Jan Kok or Ascencion Bay don't get out of your car unless other people are there. Leave money, cards and other valuables at the Hotel.
If you have no one to come with you, take a hiking tour with a guide. Please read the page with
tips and info
!
Do not touch the
Manzanilla tree or its leaves and apples. They are poisonous.
On all photos copyright of the owners.

Enjoy Hiking Curaçao!
______________________________________________________________________________________________________
Posts tonen met het label Clusia. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Clusia. Alle posts tonen

zaterdag 23 maart 2019

Wandelverslag San Pedro, Clusia, Fosfaatmijn. 17-03-2019

Beste wandelaars,

Bon siman.
Op naar de oude fosfaatmijn. 

Rotsblokken op het pad

De wandelaars gingen met een vrolijk gemoed op weg over de vlakte van Hato en kwamen bij een weg die naar de grot en de Clusia leidde. 

 De grot
De grot, andere kant.

De weg was smal, ook wel eens breed, maar de voerman lag niet te rusten en zodoende klommen we gestadig verder op naar de grot. Een paar enorme rotsblokken kwamen we tegen en het rotsige pad liep langzaam omhoog. We zagen de opening die ons tot uitrusten noodde, evenwel gingen we het smalle rotsachtige pad omhoog.




Hier moest ik even bekijken hoe het verder moest. Een verval van bijna twee meter moesten we overbruggen. Met een zetje en met behulp van de uiteinden van de rotsen trokken we ons op en klauterden we naar de Clusia. 

Clusia, zaaddoosjes

Hij stond niet in bloei, maar wel waren er zaaddoosjes te zien. 

Het gehuppel over de spleten lieten we aan ons voorbijgaan, daar we de route onder Clusia bomen namen. Het mocht niet baten brede spleten waren hier ook. We kwamen aan een breed pad, waarbij de wandelaars in de gelegenheid waren gesteld om de fundamehten van het vervallen wachtershuisje te bezoeken. 
Daar dit bezoek een heen en weerdertje was, liepen de wandelaars die bekend waren alvast naar de Mina di Fosfaat. Voorzichtig keken we over de rand, want we wilden wel enig idee hebben, hoe diep het was. 

De fosfaatmijn

Nu kwam het pad dat ons naar de rand van het terras bracht. Voorzichtig daalden we af en desnoods moest je gaan zitten en je benen uistrekken om het volgend rustpunt voor je benen te bereiken.


Kleuren

De overhang is van ongekende schoonheid. 

Gaatjes in het zand van de Lion Ant

Op het zand zagen we overal gaatjes van de Lion Ant die de mieren in de val wil lokken. Het mondi pad, dat we nu betraden was prachtig en je waande je in een andere wereld. 

 Geen schildpadden
 Sargassum
Uitzicht over Hatovlakte

We kwamen uiteindelijk uit op een zandweg  die ons naar de schildpadden voerde, tenminste dat dachten we. Het roet in het eten was het zeewier. De boca lag vol met Sargassum. De lieve schildpadden lieten zich niet zien. We hebben zover er plaats was nog even op het bankje gezeten , maar het mocht niet baten, de leatherhead, de Driekiel en de Groene schildpad lieten zich niet zien. 

Om zes uur keerden we naar onze auto's terug en waren half zeven op de plaats van vertrek aangeland.
Ik hoop dat U een prettige wandeling heeft gehad.
Met een vrolijke wandelgroet,
Groetend, G.K.

maandag 26 februari 2018

Wandelverslag San Pedro, Clusia en grot 25-02-2018


Clusia



Bij de Ascencion baai


Oei, oei.


Kleurige rots

Wandelverslag:
Wat heeft het geregend gisteren, maar een oude wijsheid zegt, wat gisteren is gevallen, valt vandaag niet. En zonnig, dat het was.
Als je van de paardenstoeterij te San Pedro het pad in westelijke richting volgt en onder de slagboom doorkruipt, die toevallig omhoog stond, moet je ongeveer ter hoogte van de grootste boomwelving op het terras, ook wel Seru Mainshi genoemd, het pad nemen aan je linker hand.
Je komt dan op het paadje terecht, dat naar de grot gaat. Het is even klauteren naar de grot langs de schitterende rotsformaties, maar dan heb je ook wat. Uren kun je hier turen onder een prachtig gekleurde overhang.
Voor zover hadden we geen uren om hier te verblijven en hebben we foto's genomen van al dat getuur. Je zou er tureluurs van worden.
Door een nauw rotsspleettje kropen we naar een rotswandje, dat nagenoeg 2 meter recht omhoog ging. Mensen met korte benen halen net niet om over het dooie punt heen te komen. Gelukkig zagen anderen dat ook. De achteropkomers waren niet te beroerd om een kontje te geven. Er viel veel Wabi te knippen en dat houdt altijd op. Als je dan eenmaal boven bent, sta je voor de Clusia. Vroeger lag er nog een oude leguaan te slapen, die net deed of hij de wacht hield.
Oog in oog met de Clusia probeerden we bloemen te ontdekken, die elk jaar de Clusia verfraaien. Verschillende knoppen ontwaarden we, maar bloemen vielen niet te ontdekken. Ook niet toen we de Clusia van achteren benaderden. Wel was er een zaaddoosje te zien.
We liepen het pad af dat ons naar de spoorbaan bracht die nooit als zodanig gebruikt is geweest. De bedoeling was blijkbaar om het fosfaat af te voeren. Het vervallen wachthuis schoot er bij in. Op naar Mina di Fosfaat. Een diep gat in de grond. Rondom moeten er nog meer proefmijnen liggen.
De afdaling was een fluitje van een cent, maar niet heus. Na voorzichtig je voeten een houvast te geven, wrongen we ons door een spleet en als je niet oppaste dan had je een buil. De beloning kwam nadat je je door de spleet gewurmd had in een prachtige stalagtieten wand met schitterende kleuren. Het goedbegaanbare mondipad dat nu volgde is een pad van allure. De erehaag werd gevormd door de Lantana Camara die in bloei stond.
Vooral de Mata Sanger met zijn oranje kleur was een lust voor het oog. Ook de Watakeli deed een duit in het zakje, maar niet zo uitbundig.
We wandelden verder naar Boca Ascencion, het vroegere Plastic Baai. De witkoppige schuimende golven rolden de monding binnen. De schildpadden lieten op een enkeling na hun koppetje niet zien. We hadden nog uren kunnen turen, maar vadertje tijd maande ons.
We haasten ons alsof we de verloren tijd konden inhalen. De slagboom stond nog steeds open en na 3 uur wandelen, kwamen we bij onze auto's aan.
Met een vrolijke wandelgroet, G.K.

San Pedro to Ascencion. 

We followed, just for a little while, the Hiking Curaçao group that went all the way and back.
Their story is in Dutch and will be posted on this blog.
We started at the farm at San Pedro and were welcomed by a member of the family that lives there. She told us about the native history of her family and that some people still have “indian” names. She told us that we could walk on their property to St Patrick and further. We noticed that the path to the cave we once visited when we still were able to join the group, was closed.


Footprints of Hiking Curaçao group on their way to Ascencion.


The path from San Pedro.


A Divi-divi tree.


The moon was there too.

Sometimes beauty is found under your feet:


Concha. The pointed small part of this big seashell was used as a cup by the first peoples that lived on Curaçao in pre-ceramic times.


Flask


Perserverance! Name of this little plant not known to us.


Kokolishi di kalakuna, small snail. “Cerion uva”


Coral

dinsdag 10 maart 2015

Wandelverslag San Pedro. 08-03-2015

Foto's: G.K.
De ene boom is de andere niet. De ene staat volop in bloei, zie de Chicala langs de weg met zijn geweldige gele tooi, en de andere zoals de Clusia met drie zielige bloemen, waarvan er eentje bruin leek, omdat ze  uitgebloeid was.
Ik hoef geen geschiedsfluiter te zijn om het verschil te zien en heb ook geen videocamera nodig om te zien of een bloem in knop staat of al overgegaan is in de gedaante van een zaaddoos.


De weg was breed in de aanloop naar het klimmetje naar de grot en ik hoorde iemand zeggen, daar loopt G. met zijn vrouwenharem, want vandaag is het de 'Dag van de Vrouw'. Gelukkig geen BokkeHarem ( Boko Haram ), want dat zou mijn grootvader zaliger, waar ik naar vernoemd ben, me nooit vergeven hebben.
De voerman lag in geen geval te rusten, er was zelfs geen karretje in de buurt, maar de weg was wel breed. Hier kunnen we lang en breed over discussieren, maar daar kom je geen stap mee verder en dan hadden we zeker het verscholen paadje naar de grot nooit gevonden.
Het paadje ging langzaam over in een rotsachtige klim, die ons naar de sinistere grot voerde. Hier werd even halt gehouden om van het uitzicht te genieten. De oude vleren gaven niet thuis. Daardoor waren we eerder bij de Clusia.
Het steile stoepje gaf geen probleem. Al snel stond een ieder om de Clusia heen verzameld en zich te vergapen aan die ene bloem. We hebben haar Charlie gedoopt, want die was ook vaak eenzaam.
Ook het spletenlandschap gaf geen onoverkomelijke hoofdbrekens. Voorzichtig over de scheurtjes heenstappend bereikten we de achterkant van de Clusias. Ook hier hetzelfde gezicht een bloem en die bruine uitgebloeide dan. Voorts stonden hier meer knoppen en zaaddozen, volgens mij. Maar als iemand het beter weet, mag hij de volgende keer het verslag schrijven.

Grote verrassing wachtte ons: een weg op het terras, dat in het niets begint en in het niets eindigt. Het leek vrij goed onderhouden, maar dat kan ook gezichtsverlies zijn.
Men heeft mij verteld dat deze weg voor de afvoer van het fosfaat gebruikt werd en dan moet de weg toch ergens geeindigd zijn.
Het paadje naar de bouwval met een panoramisch uitzicht over het kustgedeelte wilde iedereen natuurlijk niet missen. Daar dit een punt van keren was op een smal pad grepen sommigen naar de fles, want door de met zout vertroebelde ogen moet je goed voorbereid zijn om het paadje van heen weer terug te kunnen vinden.


Langs een slingerend maanlandschap pad omzoomd met Flairas, Sali. Indigo en Olibas bereikten we de Mina di Fosfaat. Hoe diep die was? Een vallende steen gaf geen plons. Heel diep dus. We vervolgde onze route en kwamen bij de afdaling aan. Het is altijd weer even schrikken, maar al zittend en achterste voren lukte het. Sommigen klaagden dat ze puntige billen hadden van al dat afdalen, maar jammer genoeg hadden we niet genoeg expertise bij ons om dat te controleren.


De overhang is altijd weer een plaatje apart. Een beloning, die je de narigheid van de doodsverachtende afdaling doet vergeten. Eigenlijk hadden we moeten wachten tot de zon onderging, want het schijnsel van de ondergaande zon geeft een goudkleurig effect aan het zandgesteente. Helaas, de schildpadden wachten ons. Al schuifelend daalden we het pad met zijn losliggend gesteente af.

Een prachtig mondipad bracht ons naar de weg, die naar de tortugas leidde. Op de T-kruising hing een vrucht van de Marie Pompoen aan de beige stengel. Jammer genoeg moeten de vooroplopers hem/haar over het hoofd hebben gezien. In de volksmond wordt hij " Kabes di Maricu " genoemd.


Ook hier een fantastisch uitzicht naar het landhuis Ascencion en de Kaya Kaya velden. Het bankje bij de ingang van de Boca Ascencion, vroeger Plastic baai genoemd, zag er inviterend uit. De zee was ruw , veel schuim, waardoor het zicht op de kopjes van de schildpadden zodanig werd beinvloed, dat we ons afvroegen zien we hem wel of was dat iets anders.

De terugweg is immer een gang van bezinning. Het laat je nog even de gebeurtenissen van de tocht kapitaliseren. Na 2 en een 1/2 uur waren we weer bij onze bolides aangeland. Voor de volgende week moet ik de  wandellijst raadplegen. U hoort nader. Met een vrolijke wandelgroet, Groetend, G.K..

maandag 3 maart 2014

De Grot, de Clusia, de Fosfaatmijn en de Schildpadden - Wandelverslag


Beste wandelaars,

We gaan kijken of de Clusia bloeit. De Bonchi Kabei en de Mata Raaton staan nu. Zo ook op vele plaatsen de Brasilia. 
We verzamelen ons bij de boerderij op San Pedro en bezoeken eerst de grot, daarna het plateau op voor de Clusia, we steken het pad voor de kiepkarretjes over naar de Fosfaatmijn en dalen hierna het plateau ( beetje steil ) af en vervolgen langs een mooi mondipad naar de Schildpadden in de Boca Ascencion.
Te bereiken:  Weg naar Westpunt de afslag naar Soto voorbij rijden, na ongeveer 100 meter de afslag rechts naar San Pedro nemen. Een oude ANWB-wegwijzer staat hier, als het goed is. Doorrijden tot beneden en de auto parkeren. (toestemming voor het parkeren is nodig!)

We werden op ons verzamelpunt bij de boerderij te San Pedro met gehinnik begroet. De paarden stonden op gerede afstand in hun hokje naar een groepje ongeregeld te kijken en dachten waarschijnlijk dat de Carnavalsoptocht uit de hand gelopen was. Wij spanden ons in om er zo normaal mogelijk uit te zien. 
Daar iedereen op tijd was, hoefden we niet te wachten op degenen, die er niet waren en konden we precies vier uur onze ledematen in beweging zetten richting grot.


De afslag linksaf deed ons denken, dat we sprookjesland binnenstapten. De klim omhoog langs die diverse rotsen bracht ons in een grot, waar sinds lange tijd geen mens geweest was. 


Vlug de rots op, die ons naar de grote dikvetbladige Clusiaboom voerde; de zaaddoosjes en de knoppen waren te zien. We moesten echter zoeken om een bloeiend bloempje van de Clusia te vinden. Overdadig was het niet en ik zag aan de gezichten, dat na de vele ophef het eigenlijk een beetje tegenviel. Ergens achter een blad half verscholen kon je nog een bloem ontwaren.


Over de spleten op naar de fosfaatmijn na eerst nog de resten van wat eens een wachtershuisje geweest moest zijn, aangedaan te hebben. 
De Fosfaatmijn is eigenlijk een diep gegraven gat in de grond met een bordje dat hier de Fosfaatmijn was. Voor mij is het nog steeds een raadsel hoe ze het gewonnen fosfaat vervoerd hebben naar de weg waar de kiepkarretjes overheen reden. In emmertjes blijkbaar.


De afdaling vanaf het plateau is altijd een spectakel apart.
Dat we dit iedere keer voorelkaar krijgen zonder ongelukken is een pluimpje waard. Gelijk wordt het dan ook beloond met een prachtige rotswand met stalagtieten stalagmieten. Voor de duidelijkheid.
Mieten zijn eigenlijk tieten met de punt omhoog en geen mietjes. 


Het Mondipad naar beneden en langs het plateau is een overschaduwde verademing en brengt ons op de weg die naar de schildpadden leidt.
Vele schilpadden staken hun kopje boven water, maar net niet lang genoeg om een Driekiel van een Groene schildpad te kunnen onderscheiden, laat staan dat we de zwemwedstrijd tussen de Karet en de leatherback hebben gezien. 


De volgende keer wil ik toch, dat een ieder een verrekijker mee neemt, zodat de frustatie van het niet weten weggenomen wordt.

Welgemoed aanvaarden we de terugtocht met aan onze rechterhand de somber uitziende rotswand naar onze geparkeerde autos.

Met een vrolijke wandelgroet,
Groetend, G.K.


zondag 17 februari 2013

San Pedro grot, Clusia, Schildpadden 17-02-2013

Aankondiging wandeling: We houden ons even op de vlakte. Daarna spoeden wij ons richting grot. We klimmen omhoog de grot in om het hogere plateau te betreden. Hier is waar de Clusia staat. Hoogstwaarschijnlijk bloeit deze en dat is de moeite waard om in Uw geheugen te griffen. Van hier uit lopen we naar de oude Fosfaat mijn en dalen aan de andere kant het plateau af. Deze afdaling is voor de kortbenigen altijd een opgaaf. Maar met moed ,beleid en trouw is het nog steeds gelukt , al moet het zittend, deze zonder kleerscheuren te volbrengen. De beloning volgt gelijk, want een fraaie veelkleurige rotswand wacht ons. Het mooie wandelpad voert ons nu naar de Boca Ascention waar de schildpadden ons begroeten. Over de vlakte keren we weer. Verzamelen bij de boerderij aan de kust bij San Pedro. De oude ANBW wegwijzer is herplaatst en wijst ons de weg. Als verduidelijking: het is de eerste asfaltweg rechts na de afslag naar Soto. ( ongv. 150 meter ) Duur 3 uur 15 min.









Beste Wandelaars,

Van de week heb ik een natuurfilmpje gezien, waarin je kon zien hoe twee neushoorns elkaar bij een drinkplaats begroeten. Ze komen langzaam op elkaar toelopen en drukken zachtjes hun neusje tegen elkaar aan. Ze snuffelen een beetje en als dat ritueel voorbij is, dan zijn ze blijkbaar maatjes. Dat is heel wat anders dan , hoe Kaatje bij de put bij de neus werd genomen. ik heb ook gehoord dat Eskimo's ook het neusgebruik kennen. Neen , wij doen dat geheel anders.

Het is meer van "Hoi, hallo, dag of goeie genade, wat zie jij er goed uit". Soms wordt er enig speeksel uitgewisseld of een klapzoen in de lucht.  Ben blij  je weer te zien. Een hand ter begroeting komt het meeste voor. Een fijnknijpende of een te slap handje wordt over het algemeen niet gewaardeerd.
We stonden aan de voet van een bron op San Pedro te popelen om van start te gaan en precies 16.00 uur zeiden we de paarden gedag, die nieuwsgierig naar het vreemde wandelgezelschap vanuit hun huisje keken.

Onder de witte slagboom door en langs gebaande wegen naar de afslag, die ons zou leiden naar de grot en Clusia.
Hier en daar moest er een takje van de Wabi weggesnoeid worden. De klimgevoeligen konden hun knieen op de proef stellen met een klein klimmetje naar de grot. Geen klacht heb ik gehoord. Kortom de bestijging van de rotsen naar de Clusia was voor velen onder gesteun en gekuch een peuleschil. Wat een opluchting. De Clusia stond in bloei al waren de bloesems niet in grote getale aanwezig. Aan de bijtjes te zien moeten de bloemen erg honingrijk zijn. Een foto van de Clusiabloem zonder bijen is haast niet te nemen.
Ik heb nog geprobeerd om het zoemen van een verontwaardigde bijenkoningin na te doen. Helaas geen resultaat. Mijn zoem schijnt geen indruk te maken. Hadden we Maxima maar uitgenodigd, dacht ik nog. Over de spleterige rotsen hielpen we elkaar met stok en hand en kwamen alras bij de aangelegde weg aan, die in het niets begint en in het niets eindigt. Op naar Mina di Fosfaat. Aan de schaduwen kunt U zien, dat we in de volle zon stonden te turen in een gat van onpeilbare diepte. Hier moet zich dus afgespeeld hebben, hoe Mina het fosfaat naar boven haalde. Voor mij nog steeds de vraag of dat met een emmertje aan een katrolwerktuig gebeurde.
De afdaling altijd weer een belevenis apart. Mijn schoen bleef in een sleuf steken. ik moest lossen. De opmerkingen van deze gebeurtenis zullen voor immer in mijn geheugen gegrift staan. De verdachtmakingen alleen al, dat mijn schoen niet de odeur van de Clusia had, zal ik mij voor eeuwig aantrekken.

Het prachtige bospad met zijn rijke overschaduwing bracht ons tenslotte bij de Schildpadden. Iedereen had zich hier enorm op verheugd. Af en toe zag je op gerede afstand een kopje uit het water steken en je moest maar raden of het een driekiel, leatherhead of green turtle was. Enkele lokale jongeren waren met een viswedstrijdje bezig, maar aan de gezichten te zien, was de vangst geen overdaad.De kopjes van de schildpadden lieten zich niet meer zien en wij hielden het ook voor gezien.

Langs het nu bij zonsondergang geheimzinnge terras op afstand sloften we na al deze vermoeingen terug naar onze bolides. Gelukkig stond er een fris windje, want enkelen van ons hadden het gapen van de apen afgekeken en dat is zoals U weet geen vrolijk gezicht.
Tot volgende week zondag. Mogelijk gaan we een rondje om de Jack Evertsz berg lopen of is Rooi Beru een goede keus?

Met een vrolijke wandelgroet,
Groetend,
G.K. (foto's en verslag)